Bier? Op een whisky-blog? Inderdaad!
Bij een slijter onlangs wat inkopen gedaan, naast een fles whisky ook een paar speciale bieren meegenomen die op de één of andere manier met whisky te maken hebben.
Beerskey (Muifelbrouwerij, Megen (NB))
"Highly peated beer", volgens het label, "perfect peated match between beer & whiskey." Op de achterkant staat dat het gebrouwen is van pilsmout, caramout en Bairds whiskeymout van 25ppm 'rook'. Dus dat 'highly' moet je met een korreltje zout nemen. Alcoholpercentage: 11%.
Kleur: Donker geel, troebel.
Neus: 'Hoppig' en 'maltig', als bier dus, lichte rook. Niet het medicinale als Islay-whiskies maar meer houtskool/ open haard/ vuurkorf-rook. Alsof je met een stevig biertje bij een open haard of vuurkorf zit.
Smaak: Ook hier de lichte rooksmaak. Stevig maar toch fris bier, Krachtig.
Conclusie: Lekker stevig biertje, de 'rook' is precies goed; duidelijk aanwezig maar niet zo overheersend als veel 'peated' whiskies wél zijn, toch geeft het een lekkere 'bite'. "Best of both worlds"? Misschien wel.
Score: 8,2/10
White Label Imperial Russian Stout, Laphroaig barrel aged (Brouwerij Emelisse, Kamperland)
Volgens de website zijn de 'Emelisse White Labels' bieren die slechts éénmalig gebrouwen worden, beperkte oplage dus.
Ingrediënten: water, gerstemout, hop, gist en suiker. Geen verdere info of de mout 'peated' is of niet. Waarschijnlijk niet, denk ik. 'Aged' in een Laphroaig barrel, voor hoe lang? Volgens de website: 'korte tijd', maar hoe lang is dat? Alcoholpercentage: 11%.
Kleur: Donker (zeg maar zwart). Opvallend is de totale afwezigheid van schuim. Twee verschillende flessen en twee verschillende glazen gebruikt, dus daar kan het niet aan liggen.
Neus: Erg hoppig. Geen rook of turf.
Smaak: Erg bitter. En dan ook heel erg... Veel hop ook. Ik vind het gewoon niet lekker, bitter en erg zuur.
Conclusie: Stevige 'Stout', bitterheid overheerst en de Laphroaigh-barrel voegt niets toe.
Score: 5,0/10
White Label Imperial Russian Stout, Ardbeg barrel aged (Brouwerij Emelisse, Kamperland)
Opnieuw water, gerstemout, hop, gist en suiker en ook hier geen verdere info, behalve dat het is 'Aged' in een Ardbeg barrel. Alcoholpercentage: 11%.
Kleur: Donker (zeg maar: zwart).
Neus: Erg hoppig. Met wat moeite een heel licht turfgeurtje waarneembaar.
Smaak: Sterke hopsmaak, beetje bitter. In de nasmaak heel licht medicinale turf waarneembaar (misschien alleen als je er naar op zoek bent...).
Conclusie: Bittere en stevige 'Stout', de Ardbeg-barrel voegt naar mijn idee niet zoveel toe.
Score: 7,0/10
Leuk experiment! De één gebrouwen van peated malt (wat niet iets is exclusief voor whisky) en de andere twee gerijpt (gelagerd) in een ex-(peated)whisky-vat.
dinsdag 20 augustus 2013
vrijdag 16 augustus 2013
Distillery bezoek #11: Old Pulteney
De distilleerderij van Old Pulteney staat in Wick, in het hoge noorden van Schotland. Vorig jaar reden we er wel door Wick maar de distilleerderij werd toen niet bezocht.
Het bedrijf ligt een beetje afgelegen op iets wat een industrieterrein lijkt. Nadat we een parkeerplaatsje gevonden hadden voor de motoren gingen we op zoek naar de ingang van het visitor centre. Eenmaal gevonden blijkt de toer van 14.00 nét begonnen te zijn, maar we kunnen nog mee. Wanneer we aansluiten staat de rest van de groep bij de washbacks.
Na wat kruip-door-sluip-door gangetjes en trapjes komen we bij de stills. Twee stuks met een markante 'boiling ball' in de neck.
De washstill heeft een bijzondere platte bovenkant. Het verhaal gaat dat bij het opmeten van de ruimte men een spant over het hoofd heeft gezien zodat de still niet paste. De manager heeft toen besloten om de bovenkant maar af te zagen en de 'lyne-arm' lager in de neck te laten aansluiten. De spirit-still heeft wel een fraaie ronde bovenkant.
Na een uitstapje naar buiten om de condensors te bekijken komen we bij de spirit-safe. Op het moment dat we staan te kijken stromen de 'feints' uit de still.
De volgende stop is in de filling-hall; een ruimte waar de vaten gevuld en gewogen worden. Hier volgt ook weer de uitleg over de soorten vaten die gebruikt worden (hoofdzakelijk ex-bourbonvaten).
De één na laatste stop is in het warehouse. Een moderne variant met stalen rekken, de traditionele 'dunnage' warehouses krijgen we alleen van de buitenkant te zien.
Als laatste mogen we nog een klein glaasje proeven. De keus is tussen een standaard Old Pulteney 12 jaar een een whiskylikeur die hiervan gemaakt wordt. Wij zijn echter met de motor en kiezen voor een kop thee...
In de shop kopen we nog wel 4 miniflesjes van 0,05l om 's avonds in onze B&B nog eens te proeven.
Al met al een matige toer, goed verzorgt wel maar bied ook niks extra's. Ook heeft OP niet heel erg veel bijzondere distillery-bottlingen; een kleine range van 12, 17 en 40 jaar oud, en de WK### versies voor de retail. Op dit moment werd het visitor center verbouwd, wellicht was dat de reden waarom er zo weinig voorhanden was.
De washstill heeft een bijzondere platte bovenkant. Het verhaal gaat dat bij het opmeten van de ruimte men een spant over het hoofd heeft gezien zodat de still niet paste. De manager heeft toen besloten om de bovenkant maar af te zagen en de 'lyne-arm' lager in de neck te laten aansluiten. De spirit-still heeft wel een fraaie ronde bovenkant.
Na een uitstapje naar buiten om de condensors te bekijken komen we bij de spirit-safe. Op het moment dat we staan te kijken stromen de 'feints' uit de still.
De volgende stop is in de filling-hall; een ruimte waar de vaten gevuld en gewogen worden. Hier volgt ook weer de uitleg over de soorten vaten die gebruikt worden (hoofdzakelijk ex-bourbonvaten).
De één na laatste stop is in het warehouse. Een moderne variant met stalen rekken, de traditionele 'dunnage' warehouses krijgen we alleen van de buitenkant te zien.
Als laatste mogen we nog een klein glaasje proeven. De keus is tussen een standaard Old Pulteney 12 jaar een een whiskylikeur die hiervan gemaakt wordt. Wij zijn echter met de motor en kiezen voor een kop thee...
In de shop kopen we nog wel 4 miniflesjes van 0,05l om 's avonds in onze B&B nog eens te proeven.
Al met al een matige toer, goed verzorgt wel maar bied ook niks extra's. Ook heeft OP niet heel erg veel bijzondere distillery-bottlingen; een kleine range van 12, 17 en 40 jaar oud, en de WK### versies voor de retail. Op dit moment werd het visitor center verbouwd, wellicht was dat de reden waarom er zo weinig voorhanden was.
woensdag 15 mei 2013
BTC (1): Blind Tasting Competition 2013
Dé Nederlandse whiskyclub Usquebaugh Society (US) organiseert ieder jaar een proeverij-competitie waarbij iedere deelnemer 18 'blinde' samples krijgt thuis gestuurd die dan geproefd moeten worden.
Aan de hand van deze samples moet je dan raden de regio, de distillery, de leeftijd en het alcoholpercentage. Op de website van de club vul je dit in en krijg je punten voor ieder goed antwoord. Bij ieder sample wordt één of meer hints gegeven zodat je tot een 'educated guess' kan komen. er worden alleen Schotse whisky's geproefd en iedere regio komt minimaal één keer aan bod, de regio-indeling wordt die van Whiskybase gevolgd. Deze regio indeling wijkt iets af van die van de Scotch Whisky Association. Zo kent de Whiskybase indeling de regio 'islands' en sommige distilleries liggen op de rand van een regio zodat bij de één een distillery in de Speyside ligt en bij de andere juist in de Highlands. Whiskybase geeft dan uitsluitsel.
De BTC start op 6 december en eindigt op 23 december. Het is de bedoeling dat je iedere avond 1 sample proeft en beoordeeld. Voor 22.45 uur moet je je opgave voor die dag gedaan hebben. Iedere avond wordt dan om 23.00 uur de inhoud van de sample van die dag bekend gemaakt zodat je weet wat je geproefd hebt en hoe je gescoord hebt.
Puntenscore:
- 40 punten voor de juiste distillery of 20 punten voor de juiste regio;
- 40 punten voor de juiste leeftijd, 10 punten aftrek bij ieder jaar verschil;
- 20 punten voor het juiste alcoholpercentage, 1 punt aftrek bij iedere 0,1% verschil.
Dit jaar (2013) is voor mij de eerste keer dat ik hier aan meedoe en ik ben érg benieuwd hoe ik hiermee ga scoren. Het zal erg moeilijk worden, de concurrentie is groot en de laatste jaren zijn er in de BTC een paar bijzondere whisky's opgenomen geweest die moeilijk te raden zijn. Ik heb geopteerd voor samples van 2cl wat het ook niet makkelijker maakt. Een andere optie was 4cl, dan heb je zeg maar 2 glaasjes om te proeven.
Wordt vervolgd...
Aan de hand van deze samples moet je dan raden de regio, de distillery, de leeftijd en het alcoholpercentage. Op de website van de club vul je dit in en krijg je punten voor ieder goed antwoord. Bij ieder sample wordt één of meer hints gegeven zodat je tot een 'educated guess' kan komen. er worden alleen Schotse whisky's geproefd en iedere regio komt minimaal één keer aan bod, de regio-indeling wordt die van Whiskybase gevolgd. Deze regio indeling wijkt iets af van die van de Scotch Whisky Association. Zo kent de Whiskybase indeling de regio 'islands' en sommige distilleries liggen op de rand van een regio zodat bij de één een distillery in de Speyside ligt en bij de andere juist in de Highlands. Whiskybase geeft dan uitsluitsel.
De BTC start op 6 december en eindigt op 23 december. Het is de bedoeling dat je iedere avond 1 sample proeft en beoordeeld. Voor 22.45 uur moet je je opgave voor die dag gedaan hebben. Iedere avond wordt dan om 23.00 uur de inhoud van de sample van die dag bekend gemaakt zodat je weet wat je geproefd hebt en hoe je gescoord hebt.
Puntenscore:
- 40 punten voor de juiste distillery of 20 punten voor de juiste regio;
- 40 punten voor de juiste leeftijd, 10 punten aftrek bij ieder jaar verschil;
- 20 punten voor het juiste alcoholpercentage, 1 punt aftrek bij iedere 0,1% verschil.
Dit jaar (2013) is voor mij de eerste keer dat ik hier aan meedoe en ik ben érg benieuwd hoe ik hiermee ga scoren. Het zal erg moeilijk worden, de concurrentie is groot en de laatste jaren zijn er in de BTC een paar bijzondere whisky's opgenomen geweest die moeilijk te raden zijn. Ik heb geopteerd voor samples van 2cl wat het ook niet makkelijker maakt. Een andere optie was 4cl, dan heb je zeg maar 2 glaasjes om te proeven.
Wordt vervolgd...
vrijdag 22 maart 2013
Proeverij KCWS 21-03-2013: Highlights from Japan
Opnieuw een proeverij van de KCWS te Haarlem. Eigenlijk zou deze moeten heten "Deconstructing Hibiki 17" want dat was het doel van de avond.
De KCWS had speciaal voor deze proeverij een Japanner naar Haarlem laten komen, en niet zomaar een willekeurige Japanner maar om precies te zijn de heer Tatsuya Minagawa van Suntory.
Allereerst kregen we een korte inleiding over het ontstaan van de whisky-industrie in Japan en die van Suntory in het bijzonder. Zo leerden we onder andere dat Suntory 3 distilleerderijen heeft (Yamazaki, Hakushu en Chita) die allemaal een eigen stijl produceren en dat Chita alleen graan whisky produceert. Hibiki is de merknaam van de blends van Suntory.
Volgens Tatsuya zijn de 3 keywords van Suntory: 'Subtle, refined & complex', hier moet alle whisky aan voldoen.
De Hibiki 17yrs is het eindproduct en aan de hand van 6 samples kregen we te zien hoe men tot dit product komt. Al deze samples zijn niet te koop, het is een half-fabrikaat, geproduceerd alleen voor de blend en alle samples zijn minimaal 17 jaar en op 50% ABV.
Als eerste sample een Yamazaki white oak gerijpt in een Puncheon. Bijgaand kregen we het verhaal dat in Japan hoofdzakelijk Puncheon vaten gebruikt worden. Deze zijn dikker dan een bourbonvat en korter dan een sherryvat. De reden hiervoor is dat in Japan door het klimaat (koude winters, hete zomers) de angels-share tot wel 5% per jaar kan oplopen. Ter vergelijk; in Schotland is dit 1,5 a 2% per jaar. Door grotere vaten te gebruiken kan men dit een beetje in de hand houden, rond 3% per jaar.
Dit sample beviel mij niet erg; een beetje zurig van smaak, wel veel vanille en toffee in de smaak.
Het tweede sample kwam van de Chita distillery; een grain whisky dus. Deels geproduceerd in een potstill en deels in een coffeystill.
Zachter dan het eerste sample, zoeter, meer geur en 'voller' van smaak.
Het derde sample kwam weer van Yamazaki, dit maal gerijpt in een Mizunara-vat. Mizunara is een boomsoort die in Japan en China veel voorkomt en familie is van de Eik. Daar waar een Amerikaanse eik circa 50-60 jaar nodig heeft om volwassen te worden en de Europese eik 30 jaar langer, heeft de Mizunara 200 tot 250 jaar nodig. Het hout is ook dichter en sterker en de vaten (puncheon) die hiervan gemaakt worden hebben niet de karakteristieke bult in het midden omdat het hout moeilijk te buigen is. In tegenstelling tot de bourbon- en sherry-vaten wordt de binnenkant van een Mizunara-vat niet gebrand.
Tastingnotes: donker, zoet, beetje sherry, kruidig.
Sample nummer 4 kwam van de Hakushu distillery en is een beetje 'smokey'. Dit is een belangrijk bestanddeel van de Hibiki blend. Japanse distilleerderijen kopen de malt kant en klaar in (uit Schotland...) en ze hebben dan ook de keus uit peaty en non-peated malt. Bij Hakushu wordt een mix van peated en non-peated gebruikt en het resultaat is een licht rokerige spirit, niet de sterke rook zoals die van Islay-whisky.
Doordat de Hakushu distillery op circa 700 meter boven zeeniveau ligt kunnen hier hoofdzakelijk bourbonbarrels gebruikt worden zonder dat de angels-share uit de hand loopt.
De vanille van de bourbonbarrels komt goed over, heel licht een rookgeurtje waarneembaar.
Nummer 5 kwam weer van Yamazaki en dit maal gerijpt in een sherry-vat. Verder kregen we een korte uitleg over de distilleerderij. In tegenstelling tot Schotse distilleerderijen waar alle stills dezelfde vorm hebben, heeft Yamazaki 6 verschillende stills en de spirit uit iedere still gaat apart in een vat. Hierdoor kan iedere distillery heel veel verschillende soorten whisky produceren.
Dit sample vond ik erg lekker, hier had ik wel een paar flessen van willen hebben.
Het laatste sample kwam van Hakushu en eveneens gerijpt in een sherry-vat. Ook hier is weer een licht peaty malt gebruikt.
En deze vond ik nog lekkerder dan de vorige. Iets lichter van smaak, meer geur, licht rokerig (wat ik normaal met sherry een slechte combi vind) en erg complex. Mag ik hier een heel vat van svp?
Het slotstuk was dan de Hibiki 17 yrs zoals die gewoon in de winkel staat. Als je alle voorgaande samples in de juiste verhouding bij elkaar zou doen, zou je in theorie deze blend krijgen.
Bij Schotse blends is de verhouding grain-malt ongeveer 70-30% (hoe goedkoper de blend; hoe groter het aandeel grain-whisky) maar bij Suntory is deze verhouding volgens Tatsuya ongeveer 50-50%.
Erg zachte en beetje zoete blend, maar minder zoet dan de meeste schotse blends. De key-words 'Subtle, refined & complex' zijn hier zeker op van toepassing.
Conclusie: leuke avond en zeker geen 'Suntory-verkoopverhaal' maar een goed verhaal over het produceren van een blend en alles wat daar bij komt kijken. Het Engels ('Engrisch') van de heer Tatsuya Minagawa was soms wat moeilijk te volgen maar toch zeer vermakelijk, met Bill Murray erbij zou het helemáál lachen zijn geweest.
De KCWS had speciaal voor deze proeverij een Japanner naar Haarlem laten komen, en niet zomaar een willekeurige Japanner maar om precies te zijn de heer Tatsuya Minagawa van Suntory.
| Tatsuya Minagawa (links) |
Volgens Tatsuya zijn de 3 keywords van Suntory: 'Subtle, refined & complex', hier moet alle whisky aan voldoen.
De Hibiki 17yrs is het eindproduct en aan de hand van 6 samples kregen we te zien hoe men tot dit product komt. Al deze samples zijn niet te koop, het is een half-fabrikaat, geproduceerd alleen voor de blend en alle samples zijn minimaal 17 jaar en op 50% ABV.
![]() |
| Samples voor de proeverij en de Hibiki 17yrs. |
Als eerste sample een Yamazaki white oak gerijpt in een Puncheon. Bijgaand kregen we het verhaal dat in Japan hoofdzakelijk Puncheon vaten gebruikt worden. Deze zijn dikker dan een bourbonvat en korter dan een sherryvat. De reden hiervoor is dat in Japan door het klimaat (koude winters, hete zomers) de angels-share tot wel 5% per jaar kan oplopen. Ter vergelijk; in Schotland is dit 1,5 a 2% per jaar. Door grotere vaten te gebruiken kan men dit een beetje in de hand houden, rond 3% per jaar.
Dit sample beviel mij niet erg; een beetje zurig van smaak, wel veel vanille en toffee in de smaak.
Het tweede sample kwam van de Chita distillery; een grain whisky dus. Deels geproduceerd in een potstill en deels in een coffeystill.
Zachter dan het eerste sample, zoeter, meer geur en 'voller' van smaak.
![]() |
| Multitasking op z'n Japans: schenken en praten tegelijk. |
Tastingnotes: donker, zoet, beetje sherry, kruidig.
![]() |
| Mizunara-vat |
![]() |
| Bijpassende hapjes in de pauze. |
Sample nummer 4 kwam van de Hakushu distillery en is een beetje 'smokey'. Dit is een belangrijk bestanddeel van de Hibiki blend. Japanse distilleerderijen kopen de malt kant en klaar in (uit Schotland...) en ze hebben dan ook de keus uit peaty en non-peated malt. Bij Hakushu wordt een mix van peated en non-peated gebruikt en het resultaat is een licht rokerige spirit, niet de sterke rook zoals die van Islay-whisky.
Doordat de Hakushu distillery op circa 700 meter boven zeeniveau ligt kunnen hier hoofdzakelijk bourbonbarrels gebruikt worden zonder dat de angels-share uit de hand loopt.
De vanille van de bourbonbarrels komt goed over, heel licht een rookgeurtje waarneembaar.
Nummer 5 kwam weer van Yamazaki en dit maal gerijpt in een sherry-vat. Verder kregen we een korte uitleg over de distilleerderij. In tegenstelling tot Schotse distilleerderijen waar alle stills dezelfde vorm hebben, heeft Yamazaki 6 verschillende stills en de spirit uit iedere still gaat apart in een vat. Hierdoor kan iedere distillery heel veel verschillende soorten whisky produceren.
Dit sample vond ik erg lekker, hier had ik wel een paar flessen van willen hebben.
![]() |
| Verschillende stills bij Yamazaki |
Het laatste sample kwam van Hakushu en eveneens gerijpt in een sherry-vat. Ook hier is weer een licht peaty malt gebruikt.
En deze vond ik nog lekkerder dan de vorige. Iets lichter van smaak, meer geur, licht rokerig (wat ik normaal met sherry een slechte combi vind) en erg complex. Mag ik hier een heel vat van svp?
Het slotstuk was dan de Hibiki 17 yrs zoals die gewoon in de winkel staat. Als je alle voorgaande samples in de juiste verhouding bij elkaar zou doen, zou je in theorie deze blend krijgen.
Bij Schotse blends is de verhouding grain-malt ongeveer 70-30% (hoe goedkoper de blend; hoe groter het aandeel grain-whisky) maar bij Suntory is deze verhouding volgens Tatsuya ongeveer 50-50%.
Erg zachte en beetje zoete blend, maar minder zoet dan de meeste schotse blends. De key-words 'Subtle, refined & complex' zijn hier zeker op van toepassing.
Conclusie: leuke avond en zeker geen 'Suntory-verkoopverhaal' maar een goed verhaal over het produceren van een blend en alles wat daar bij komt kijken. Het Engels ('Engrisch') van de heer Tatsuya Minagawa was soms wat moeilijk te volgen maar toch zeer vermakelijk, met Bill Murray erbij zou het helemáál lachen zijn geweest.
woensdag 6 maart 2013
Japans
Japanners maken alles na... zeggen ze. En dus ook whisky. Maar is dat wel zo? Bekend is dat sinds de Japanners auto's, motoren en elektronica gingen maken, dit in eerste instantie kopieën waren van westerse producten. Maar gaandeweg werd een en ander verbeterd en binnen de kortste keren waren de Japanse producten betrouwbaarder, goedkoper en gewoonweg beter dan de Europese en Amerikaanse producten (toch???).
Geldt dat dan ook voor whisky? Nou, goedkoper is Japanse whisky zeker niet en of de ene whisky beter is dan de andere blijft een kwestie van smaak.
Tegenwoordig is Japan na Schotland en de VS het derde land qua whisky-productie, zelfs nog vóór Ierland wat over het algemeen de bakermat van whisky wordt gezien.
De meeste Japanse whisky wordt gemaakt is de Schotse stijl, kortweg gezegd van gemoute gerst en twee keer gedestilleerd in koperen ketels waarna de whisky een aantal jaren rijpt in eiken houten vaten. Japanse whisky wordt net als Schotse geschreven zonder de 'e'.
Het verhaal gaat dat aan het einde van de 19e eeuw enkele Japanners afreisden naar Schotland, om daar de kunst van het whisky stoken af te kijken. Na jarenlang gewerkt te hebben voor de beste Schotse distilleerderijen keerden ze terug naar huis. Daar begonnen ze met het stoken van kwalitatief hoogwaardige Japanse whisky’s. De productie was de eerste decennia kleinschalig en gericht op de thuismarkt, maar het duurde niet lang voordat producenten professioneler en commerciëler werden. Tegenwoordig, nauwelijks 80 jaar na de geboorte van de allereerste Japanse whisky, staan Japanse distilleerders wereldwijd bekend om de kwaliteit en elegantie van hun whisky’s.
De Japanse whisky lijkt qua stijl erg op Schotse whisky. Er is echter wel een groot verschil. In Japan gebruiken distilleerders voor blends en single malts eigenlijk nooit whisky van andere distilleerderijen, alleen van hun eigen distilleerderij. Schotse whiskyproducenten gebruiken voor hun blends meestal een mengsel van single malt & grain whisky van verschillende distilleerderijen. De Japanse distilleerders hebben dus een veel beperktere keuze aan whisky dan hun Schotse tegenhangers. Om dit te compenseren produceren ze zelf meerdere types whisky, soms onder hetzelfde merk of label. Iets wat je bij Schotten nooit zal zien.
Het graan wordt overigens grotendeels geïmporteerd. Verder maken de Japanners net als de Schotten gebruik van zowel bourbon-barrels als sherry-vaten voor het rijpen van de whisky.
Er zijn maar een paar whiskyproducenten in Japan, en enkele zijn eigenaar van meerdere destilleerderijen:
Suntory, eigenaar van Yamazaki, Hakushu, Chita en Hibiki. Hibiki is het merk voor de blends, Chita voor de grain-whisky en Yamazaki en Hakushu voor de single malts.
Nikka, eigenaar van Yoichi, Miyagikyo, Taketsuru en Nikka. Nikka en Taketsuru zijn de merken voor de blends, Yoichi en Miyagikyo voor de single malts.
Kirin, eigenaar van Fuji-Gotemba en Karuizawa.
Hanyu, single malt whisky, distilleerderij gesloten.
Chichibu, single malt whisky.
Shinshu, single malt whisky.
White Oak, single malt en blended whisky.
Het verhaal gaat dat een aantal Japanse distilleerderijen hun stills in Schotland hebben laten maken en dat ze, naar Japans gebruik, de stills naar eigen idee 'verbeterd' hebben. Iedere distillery in Schotland zal vertellen dat de stills die ze gebruiken uniek is vanwege de lange nek, de positie van de lyne-arm, de afmeting van de ketel etc. De Japanners hebben een aantal van deze features in één distillery zodat iedere distillery verschillende stijlen whisky kan produceren. Die dan ofwel als blend of als single malt verkocht wordt.
De verkrijgbaarheid van Japanse whisky in Europa is niet erg groot, en als het al te vinden is, is de prijs vrij hoog. De Hibiki blends en de Yamazaki's zijn bij de betere slijter nog wel te vinden tegen een acceptabele prijs. Ook de Nikka merken zijn nog wel acceptabel geprijsd, vrijwel alleen via webwinkels verkrijgen, maar bij de slijter om de hoek en zelfs de 'betere' slijters bijna niet te vinden.
Qua prijs, een vergelijk: een Karuizawa 15yrs DB 40% kost al gauw rond de 170 euro, terwijl een Dalmore 15yrs DB 40% rond de 45 euro zit...
Maar is het ook goed?
De enige Japanse whisky die ik tot nu toe geproefd heb zijn de Hibiki blends 12 en 17 yrs. en de Yamazaki 10yrs. Deze laatste vind ik erg lekker, erg bloemig qua smaak en geur als een speysider en gevaarlijk drinkbaar. Ook eens op een proeverij een Hanyu geproefd, gesherried met lichte zwavel in geur en nasmaak wat 'm een scherp randje geeft, niet iets voor alledag.
声援!
Geldt dat dan ook voor whisky? Nou, goedkoper is Japanse whisky zeker niet en of de ene whisky beter is dan de andere blijft een kwestie van smaak.
Tegenwoordig is Japan na Schotland en de VS het derde land qua whisky-productie, zelfs nog vóór Ierland wat over het algemeen de bakermat van whisky wordt gezien.
De meeste Japanse whisky wordt gemaakt is de Schotse stijl, kortweg gezegd van gemoute gerst en twee keer gedestilleerd in koperen ketels waarna de whisky een aantal jaren rijpt in eiken houten vaten. Japanse whisky wordt net als Schotse geschreven zonder de 'e'.
Het verhaal gaat dat aan het einde van de 19e eeuw enkele Japanners afreisden naar Schotland, om daar de kunst van het whisky stoken af te kijken. Na jarenlang gewerkt te hebben voor de beste Schotse distilleerderijen keerden ze terug naar huis. Daar begonnen ze met het stoken van kwalitatief hoogwaardige Japanse whisky’s. De productie was de eerste decennia kleinschalig en gericht op de thuismarkt, maar het duurde niet lang voordat producenten professioneler en commerciëler werden. Tegenwoordig, nauwelijks 80 jaar na de geboorte van de allereerste Japanse whisky, staan Japanse distilleerders wereldwijd bekend om de kwaliteit en elegantie van hun whisky’s.
De Japanse whisky lijkt qua stijl erg op Schotse whisky. Er is echter wel een groot verschil. In Japan gebruiken distilleerders voor blends en single malts eigenlijk nooit whisky van andere distilleerderijen, alleen van hun eigen distilleerderij. Schotse whiskyproducenten gebruiken voor hun blends meestal een mengsel van single malt & grain whisky van verschillende distilleerderijen. De Japanse distilleerders hebben dus een veel beperktere keuze aan whisky dan hun Schotse tegenhangers. Om dit te compenseren produceren ze zelf meerdere types whisky, soms onder hetzelfde merk of label. Iets wat je bij Schotten nooit zal zien.
Het graan wordt overigens grotendeels geïmporteerd. Verder maken de Japanners net als de Schotten gebruik van zowel bourbon-barrels als sherry-vaten voor het rijpen van de whisky.
Er zijn maar een paar whiskyproducenten in Japan, en enkele zijn eigenaar van meerdere destilleerderijen:
Suntory, eigenaar van Yamazaki, Hakushu, Chita en Hibiki. Hibiki is het merk voor de blends, Chita voor de grain-whisky en Yamazaki en Hakushu voor de single malts.
Nikka, eigenaar van Yoichi, Miyagikyo, Taketsuru en Nikka. Nikka en Taketsuru zijn de merken voor de blends, Yoichi en Miyagikyo voor de single malts.
Kirin, eigenaar van Fuji-Gotemba en Karuizawa.
Hanyu, single malt whisky, distilleerderij gesloten.
Chichibu, single malt whisky.
Shinshu, single malt whisky.
White Oak, single malt en blended whisky.
Het verhaal gaat dat een aantal Japanse distilleerderijen hun stills in Schotland hebben laten maken en dat ze, naar Japans gebruik, de stills naar eigen idee 'verbeterd' hebben. Iedere distillery in Schotland zal vertellen dat de stills die ze gebruiken uniek is vanwege de lange nek, de positie van de lyne-arm, de afmeting van de ketel etc. De Japanners hebben een aantal van deze features in één distillery zodat iedere distillery verschillende stijlen whisky kan produceren. Die dan ofwel als blend of als single malt verkocht wordt.
De verkrijgbaarheid van Japanse whisky in Europa is niet erg groot, en als het al te vinden is, is de prijs vrij hoog. De Hibiki blends en de Yamazaki's zijn bij de betere slijter nog wel te vinden tegen een acceptabele prijs. Ook de Nikka merken zijn nog wel acceptabel geprijsd, vrijwel alleen via webwinkels verkrijgen, maar bij de slijter om de hoek en zelfs de 'betere' slijters bijna niet te vinden.
Qua prijs, een vergelijk: een Karuizawa 15yrs DB 40% kost al gauw rond de 170 euro, terwijl een Dalmore 15yrs DB 40% rond de 45 euro zit...
Maar is het ook goed?
De enige Japanse whisky die ik tot nu toe geproefd heb zijn de Hibiki blends 12 en 17 yrs. en de Yamazaki 10yrs. Deze laatste vind ik erg lekker, erg bloemig qua smaak en geur als een speysider en gevaarlijk drinkbaar. Ook eens op een proeverij een Hanyu geproefd, gesherried met lichte zwavel in geur en nasmaak wat 'm een scherp randje geeft, niet iets voor alledag.
声援!
Abonneren op:
Posts (Atom)



.jpg)


























