zondag 23 februari 2014

Proeverij KCWS 21-02-2014: American Micro distilleries

Op vrijdag 21 februari was het druk en zat de zaal goed vol. Geen wonder, want de line-up was niet alledaags met whisk(e)ys uit Amerika en Canada, afkomstig van zogeheten micro distilleries of farm distilleries. Naast de in totaal 32 proevende deelnemers waren er ook nog twee niet aanwezige proevers die gebruik maakten van proefflesjes, een nieuwe service vanuit KCWS. Sommige deelnemers wisten zich nog op de laatste minuut aan te melden.
Denk je als whiskyvereniging over het algemeen wel voldoende glaswerk te hebben, nou, de line-up bestond uit 9 (negen…!) verschillende flessen, keer 32 proevers is: tekort. Ondanks de 36 eigen proefglaasjes die ik zelf had meegenomen, zat er niets anders op dan in de twee pauzes zo veel mogelijk glazen af te wassen. Maar het was het waard. Zelfs de door Eddy uitgedeelde hapjes waren in "American Style", want er waren onder andere mini hamburgertjes.

Na de opkomst van de bierbrouwerijen is er in Amerika nu een groei te zien in het aantal kleine (=micro) distilleerderijen. Waarom Amerika en niet Schotland? Dat heeft te maken met de wetgeving. De schotse whisky industrie is sterk beschermd. Wat wel en vooral ook wat niet mag met schotse whisky is vastgelegd in de wet. Begrijpelijk, je wilt immers niet dat er met je whisky geknoeid wordt, maar deze strenge regelgeving staat vaak wel vernieuwing in de weg. De Amerikaanse wetgeving is veel minder streng en hier wordt dan ook volop geëxperimenteerd met van alles en nog wat op whiskey gebied.

Van het begin… niet alleen gerst of mais maar ook andere granen.

Tot het einde… andere vaten dan alleen die van eikenhout, bijvoorbeeld berkenhout.

De 9 whiskey's van vanavond komen van de beste micro distilleries, die allemaal iets bijzonders hebben. Ze komen niet alleen uit de traditionele whiskey staten zoals Kentucky maar uit het hele land. Er zijn pot still whiskey's en column still whiskey's. Er zijn jonge whiskey's van minder dan 3 jaar en oude tot 18 jaar oud. Die laatste whiskey komt van de begin jaren negentig gesloten Stitzel-Weller distillery uit Louisville, Kentucky. Het verlies van deze distilleerderij die nu afgebroken is, wordt vergeleken met het verlies van de Brora en de Port Ellen distilleerderijen in Schotland.

Micro distilleries in de VS.

De eerste van deze avond is wel iets heel bijzonders: een single barrel whiskey geblend met blackberry-sap! Afkomstig van de Leopold Bros. Distillery in Denver, Colorado. Zij maken whiskey, voegen er fruitsap aan toe (in dit geval blackberry-sap) en doen dit in gebruikte bourbon vaten om te laten rijpen.
Blackberry flavoured...
Leopold Bros. Rocky Mountain Blackberry Flavoured Whiskey, Single Barrel, no age statement, batch #1332, 40%.
Deze vuurrode whiskey verzorgde de aftrap en deed nogal wat wenkbrauwen stijgen. De friszure fruitlucht knalt het glas uit en doet hetzelfde met de smaak. Is niet zo verwonderlijk, want de new spirit is gemengd met geperste bramen en het geheel is gerijpt in het vat. Het meerijpen van het bramensap zorgt ervoor dat het kan oxideren en dat maakt de smaak van de bramen nog intenser. In de nasmaak is het onmiskenbaar een bourbon whiskey. Opmerkelijk is dat dit product in Amerika nog steeds als whiskey mag worden verkocht, iets dat in Schotland ondenkbaar is. Grappig is dat achterop de fles, naast de obligate waarschuwingen over de invloed van drank en zwangerschap, ook staat aangegeven dat de smaak van de blackberries binnen 30 dagen na opening van de fles op z'n best is. Geen spul om lang open te laten dus. Benieuwd wat er overigens verder met de vaten gebeurt…
Kleur: Rode wijn.
Neus: Bosvruchten, bramen, vleugje vanille.
Smaak: Mierzoet! Bramen en bosvruchten overheersen, beetje scherpte van de alcohol.
Rare combinatie en niet lekker! Whiskey en vruchtensap gaan niet samen.
Punten: 60.

... geen goede combinatie!

Gelukkig volgt er al snel iets 'normalers': een whiskey gemaakt van rogge. Om als Rye whiskey aangemerkt te mogen worden moet er minimaal 51% rogge gebruikt worden; voor deze Redemption Rye is 95% rogge gebruikt. Deze spirit rijpt minimaal 2 jaar in gebrande eiken houten vaten waardoor het 'straight' genoemd mag worden. Na ruim 2 jaar wordt het gebotteld op 92 proof (= 46%).



Redemption Straight Rye Whiskey Lawrenceburg Distillers, Indiana, Bottled by Bardstown Selections, Kentucky, small batch #110, over 2 years, 46%.
Met whiskey gestookt van 95% rogge (en waarschijnlijk dus 5% gerst) probeert Redemption's Rye de faam van rye whiskeys weer te laten herleven in bars in Amerika en beroemde cocktails als The Manhattan, Whiskey Sour en The Oldfashioned. Zacht van smaak met een ietsje kruidige afdronk.
Kleur: Goud/geel
Neus: Nieuwe vloerbedekking, lijm, chemisch.
Smaak: Beetje wrang, aparte smaak, vrij vlak.
Punten: 70.



Nummer drie vanavond is een 'gewone' Bourbon: Angel's Envy. Gemaakt door de Louisville Distilling Co. in Kentucky en gefinished in Ruby Port vaten. Doordat het meer dan 2 jaar oud is mag het 'Straight' Bourbon heten.

Angel's Envy Kentucky Straight Bourbon, small batch, Ruby Port wine barrel finished, up to 6 yrs, 43,3%.
Gecreëerd door master distiller Lincoln Henderson, die de whiskey na een rijping van bijna 6 jaar in charred white oak barrels, laat finishen in ruby portvaten. En dat proef je. Zoet en vol van smaak. Prima after dinner whiskey.
Kleur: Goud.
Neus: Lijm, vanille.
Smaak: Mooie volle smaak, lijm en vanille hebben de boventoon, doet een beetje chemisch aan.
Typische bourbon.
Punten: 72.

Tussendoor een typisch Amerikaans hapje: een hamburger.


De volgende komt van de Corsair Distillery uit Nashville, Tenessee. Gestookt in een potstill en net als Schotse whisky gebruikt men gerookte malt uit gerst. Deze malt wordt gerookt met turf, berken- en kersenhout, vandaar ook de naam Triple Smoke.



Corsair Artisan Triple Smoke American Malt Whiskey, small batch #111, no age statement, 40%.
De mout voor deze whiskey is samengesteld uit op drie verschillende soorten gerookte mout: kersenhout, turf en berkenhout. De whiskey zelf is gestookt in een pot still en gerijpt in new charred oak. De whiskey is wat troebel in het glas, hetgeen kan duiden op het feit dat er geen gebruik is gemaakt van koude filtratie. Master distiller Darek Bell is in de leer geweest bij Bruichladdich en die invloed is duidelijk merkbaar.
Kleur: Goud (en een beetje troebel).
Neus: Sterke geur, maltig, beetje wrang, vleugje rook (als houtkachel).
Smaak: Hier komt de rokerigheid meer naar voren, vleugje oud leer.
Karaktervolle whiskey. Er is geen leeftijd opgegeven (no age statement) en aangezien het ook niet als 'straight' wordt aangemerkt is het waarschijnlijk minder dan 2 jaar oud. En dat proef je! Het wrange en maltige is typerend voor erg jonge whiskey. Langer laten rijpen zou de smaak ten goede komen.
Punten: 75.



Nummer vijf is afkomstig uit Waco, Texas. De Balcones Distilling Co. maakt hier een whisky uit blauwe mais. Dit is een mais-soort die in Mexico en in het zuiden van de VS veel voor komt. Baby Blue is de enige whisky ter wereld die van deze blauwe mais gemaakt wordt.


Balcones Baby Blue corn whisky, small batch #BB13-6, no age statement, 46%.
Whisky (inderdaad: geen "e") gestookt van Atole, een roasted blue corn meal. Van iedereen om mij heen één van de favorieten van de avond. Zachte smaak en plezierige afdronk. De term "oude jenever" hier en daar gehoord aan tafel.
Kleur: Goud (gelukkig niet blauw!).
Neus: Maltig, rogge, mais.
Smaak: Volle smaak, ook weer het wrange en maltige van jonge whisky, zacht. Best lekker.
Punten: 76.

Hapje tussendoor: micro garnalen-salade.

De volgende twee komen uit de staat New York. Tuthilltown Spirits maakt allerlei gedistilleerde dranken, waaronder een Bourbon en een Rye whiskey. De whiskeys worden gedistilleerd in een potstill. Erg grappig zijn de 375ml flesjes



Tuthilltown Hudson Baby Bourbon, 100% New York corn, batch #14, no age statement, 46%.
Deze whiskey is twee keer gestookt in een pot still en daarvoor is het hoogst mogelijke percentage maïs gebruikt dat volledig afkomstig is uit de staat New York, om vervolgens te rijpen in kleine (tot héél kleine) vaten, variëren van 3 tot 55 gallon. Typisch een product van lieden die de zaak anders aanpakken dan normaal. Zo gebruikt men naar verluidt een iPod in combinatie met een aantal flinke subwoofers om de inhoud van de vaten eens goed door elkaar te schudden met het doel om de interactie met het hout te bevorderen. Van de herrie tijdens de rijping is in het flesje (375 ml) weinig terug te vinden, maar wat overblijft is een lekkere milde en zachte whiskey, die de naam Baby Bourbon eer aan doet.
Kleur: Donker goud.
Neus: volle geur, noten, chocolade, bijna sherry-achtig.
Smaak: scherp en toch zoet.
Lijkt wel een sherry-cask matured whisky. Erg lekker.
Punten: 77.

Tuthilltown Hudson Manhattan Rye Whiskey, batch #4, no age statement, 46%.
Deze whiskey is twee keer gestookt van rogge in een pot still en vervolgens gerijpt in kleine vaten, gemiddeld zo'n 20 gallon. Net als bij de rijping van de Baby Bourbon worden de vaten met lage bastonen "geschud" om het rijpingsproces te versnellen. Het resultaat is een pittige, kruidige whiskey, die zo eigen is aan rogge. De naam "Tuthilltown" werd aan tafel al gauw omgedoopt tot "Tuthola" en dat zegt meer over de gezellige sfeer dan een smaakbeschrijving…
Kleur: Goud.
Neus: lijm, nieuwe vloerbedekking, chemisch.
Smaak: Volle smaak, scherp en rauw.
Minder dan de vorige maar toch goed.
Punten: 76.

Hapje tussendoor: gevuld ei.

We naderen de finish van de avond (negen samples is wel doorwerken) en dit maal weer een Rye. Beetje onduidelijk dit; is WhistlePig nou een distilleerderij of alleen maar een bottelaar? Op het etiket staat: bottled at the WhistlePig farm, Shoreham, Vermont.

WhistlePig Straight Rye Canadian Whiskey, 10 years old, 46%.
De enige Canadese whiskey van de avond. De whiskey is gemaakt onder het toeziend oog van David Pickerell, master distiller bij Hillrock Estate Distillery en WhistlePig Rye Whiskey. Daarvoor was hij jarenlang de master distiller bij Makers Mark. Op de fles is nergens aangegeven waar deze whiskey is gestookt, maar er staat dat de whiskey is geïmporteerd uit Canada. Vol van smaak en kruidig. Lokaal vooral gedronken in cocktails.
Enkele sappige details: een van de eigenaren van deze distilleeerderij is de Nederlandse zakenbankier Wilco Faessen én de Amerikaanse vakpers geeft aan nooit een betere rye te hebben geproefd, lucky us!
Kleur: Goud.
Neus: Goede geur, zoet, vanille, koffie.
Smaak: scherp toch weer, chemisch (lijm), vanille en koffie.
Punten: 74.



De laatste is ook meteen de oudste: 18 jaar maar liefst. Stitzel-Weller is een distilleerderij die een vergelijkbare geschiedenis kent als bijvoorbeeld Port Ellen of Brora. Eigendom van Diageo en gesloten eind jaren '80/ begin jaren '90, en tegenwoordig een bijna legendarische status. S-W is gesloten in 1992, dit is de distilleerderij waar de Rip Van Winkle- en Bulleit- whiskeys vandaan kwamen. Deze whiskey is gemaakt van hoofdzakelijk tarwe (wheat).

Stitzel-Weller Jefferson's Presidential Select, Kentucky Wheated Bourbon, small batch #14, 18 years old, 47%, bottled by McLain & Kyne
De laatste en oudste whiskey van de avond. Op het etiket staat dat de whiskey is gerijpt in Stitzel-Weller barrels, die ook werden gebruikt door de legendarische Stitzel-Weller distillery in Shively Louisville, maar nergens is de naam van de distillery aangegeven. Het vermoeden is dat het in dit geval gaat om een onafhankelijke bottelaar, die de whiskey uitbrengt in een chique fles met zegel en etiket. 18 jaar rijpen in een nieuw eiken vat geeft een glas dat vooral naar hout ruikt en smaakt.
Kleur: Donker goud.
Neus: Likeur/zoet, after shave, fleurig.
Smaak: zoet en vol, chemisch/ lijm.
Punten: 74.



Al met al weer een leerzame avond. De whiskeys en bourbons waren niet spectaculair lekker maar allemaal even bijzonder (want in de EU moeilijk verkrijgbaar). De Tuthilltown Baby gaat wat mij betreft met de eer van lekkerste van de avond strijken, ook de Baby Blue was wel bijzonder.
Wat over het algemaal toch wel opvalt is dat het allemaal vrij jonge whiskeys zijn, en ik denk dat een langere rijping in de meeste gevallen de smaak ten goede komt. Al waren de 10 en 18 jaar oude op het eind niet per sé de lekkerste.


woensdag 19 februari 2014

Festivals

In het najaar en in de winter worden er tegenwoordig regelmatig whisky-festivals georganiseerd.
Is dat wat, zo'n festival?


Zo heel veel ervaring met festivals heb ik niet, tot nu toe heb ik er een handje vol bezocht:

- Potstill Amersfoort (3x)
- Hielander Alkmaar (1x)
- Whisky Twente Hengelo (1x)
- Whisky Amsterdam (1x)

Bij entree ontvang je een proefglas (ervaren festivalgangers herken je aan zo'n glashouder die je om je nek kunt hangen), een flesje water en vaak een festivalboekje met de standhouders en soms met de whiskies die geproefd kunnen worden. Soms zijn de te proeven whiskies gratis (dwz: inbegrepen in de toegangsprijs), soms moet er een paar euro bijbetaald worden.




De ervaring hierin is m.i. wisselend: op bijvoorbeeld Potstill hoeft er vrijwel nergens iets bijbetaald te worden en is de toegangsprijs zeer redelijk. Op het Hielander festival is de toegangsprijs al fors, en dan moet er voor alles wat iets-meer-dan-standaard is, al bijbetaald worden.

Ondanks dat het wel gezellig is zo'n festival hou ik er toch vaak een 'zozo-gevoel' aan over. Het zijn toch vaan week dezelfde standhouders met vaak min of meer dezelfde whiskies, écht veel nieuwe dingen hoor je niet en proef je ook niet en dan is het ook vaak weer de kwestie van het bijbetalen. Soms moet je een soort muntjes hebben (waar je weer voor in de rij moet staan), en vaak is het gewoonweg niet duidelijk.

De "usual suspects" die op dit soort festivals vrijwel altijd aanwezig zijn, zijn:
- Anker Amsterdam Spirits (o.a. Pig's Nose, Sheep Dip)
- Boomsma (o.a. Glen Talloch, Old Pulteney, Balblair)
- De Monnink Dranken (o.a. Benriach, Glendronach)
- Diageo Nederland (o.a. Classic Malts, Johnnie Walker)
- Intercaves BV (o.a. Bowmore, Glen Garioch, Auchentoshan, Suntory)
- Kintra (onafhankelijk bottelaar)
- Maxxium Nederland (o.a. Macallan, Highland Park, Grouse, Laphroaig, Balvenie)
- Pernod Ricard (o.a. Aberlour, Glenlivet)
- Van Wees (onafhankelijk bottelaar)
- WIN (o.a. Kilchoman, First Cask, Adelphi)
- Zuidam (zelfstandig Nederlandse distilleerderij)

Al met al een goede doorsnee van datgene wat op whiskygebied in Nederland verkrijgbaar is bij de reguliere slijter. Verder zie je vaak stands met diverse hapjes (bonbons, kaas) en T-shirts, kleding en whiskybladen. En uiteraard is er altijd wel ergens een 'doedelzakker' aan het spelen...



Potstill Amersfoort
Uitzondering hierop vind ik het Potstill festival. OK, echt heel bijzondere whiskies zijn er vaak niet, al moet ik zeggen dat ik de standhouders van The English Whisky Co. en Sullivans Cove nog nergens anders ben tegen gekomen. Positief vind ik ook de aanwezigheid van Van Wees als bottelaar. De laatste keer dat ik er was, was er een goede aanwezigheid van Glenfarclas (met een Potstill festivalbotteling). Erg gezellig, daarom ben ik er al drie keer geweest.

Hielander Alkmaar
Als kersvers inwoner van Noord Holland moest ik natuurlijk ook naar het regionale festival. Mooie locatie ook hier (waarom zijn al die festivals toch in een kerk?), vrij hoge toegangsprijs en ook moest er voor alles-iets-meer-dan-standaard al relatief veel bijbetaald worden. Al met al gaf dit toch een wat mindere 'finish'. Ik denk niet  dat ik hier nog eens naar toe ga.

Whisky Twente
Vrij klein qua opzet maar op zich wel gezellig. Opgezet door lokale/regionale slijters en waarbij het rijtje standaard drankenhandelaars en -importeurs aanwezig waren. Kans is klein dat ik (vanwege de verhuizing naar NH) hier nog eens terug kom.

Whisky Amsterdam
Dit was dit jaar (2012) voor mij de 1e keer dat ik hier kwam en ook hier wel een redelijk positief gevoel. De locatie is mooi, er kunnen sigaren geproefd worden in de kelder (niet gedaan overigens) en ook leuke standhouders. Mijn twee whiskyclubs waren ook allebei aanwezig, leuke stand van Maltstock (ook maar eens naar toe gaan) en het weerzien met de mensen van Loch Ewe was ook erg leuk. Nadeel: vrij hoge toegangsprijs. Volgend jaar weer? Wie weet.


Op de to-do-list:

WFNN
Het Whisky Festival Noord Nederland in Groningen heb ik al veel goede verhalen over gehoord. Ook dit weer in een kerk, misschien toch maar eens tijd voor maken om er naar toe te gaan.

Whisky & Rum aan Zee
Praktisch een lokale aangelegenheid, maar toch is het er nog niet van gekomen. Is niet in een kerk (...) en ik kan er op de fiets naar toe. Op 11 oktober 2014 staat de eerstvolgende editie op het programma.





maandag 10 februari 2014

Vatted malts

Wat single malts zijn mag ondertussen wel bekend zijn; malt whisky van één distilleerderij. Blends daar in tegen zijn een mix malt whiskies én graan whiskies, en meestal van verschillende distilleerderijen.

Maar wat nu als je alleen malts mengt met andere malts? Dit noemt men tegenwoordig Blended malts. Of vatted malts. Of pure malts. Deze laatste twee benamingen mogen tegenwoordig officieel niet meer gebruikt worden wanneer het Schotse malts betreft. Maar omdat blended malts naar mijn mening te veel verwarring oplevert ten opzichte van de blends, hanteer ik de benaming Vatted Malts.

Als genoemd zijn vatted malts een mix van malt whiskies van meerdere distilleerderijen. Heel veel producenten zijn eigenaar van meerdere ditilleerderijen, bijvoorbeeld William Grants & Son is eigenaar van Balvenie, Glenfiddich en Kinninvie. De eerste twee worden ook als single malts op de markt gebracht. In de Kininvie distilleerderij wordt op dit moment geen whisky meer geproduceerd, maar er liggen nog wel veel vaten in de warehouses. Wanneer je dan vaten van deze drie malt whiskies bij elkaar doet, dan heb je een Vatted Malt. Grants doet dit en verkoopt dit onder de naam Monkey Shoulder.

Black Bottle 10 years: een "premium" versie van de gewone Black Bottle. 
Maar stel nou dat je een mix maakt van Port Charlotte, Octomore en Bruichladdich? Alle drie Islay whiskies, de eerste twee zijn peated, de laatste niet. Toch zou dit dan een single malt zijn want ze worden alle drie in de Bruichladdich distilleerderij geproduceerd.

Hetzelfde geldt voor Springbank, Longrow en Hazelburn. Een mix van deze drie (BankRowBurn?) kan als single malt op de markt gebracht worden. Wordt er echter een theelepel (bij wijze van spreken) Kilkerran toegevoegd (van dezelfde eigenaar), dan is het opeens weer een vatted malt. Want: andere distilleerderij.

Dit truukje wordt veel uitgehaald door distilleerderijen die willen voorkomen dat hun product door onafhankelijke bottelaars op de markt gebracht wordt, dit om de merknaam te beschermen. Je moet je voorstellen dat vaten van verschillende distilleerderijen door heel Schotland opgeslagen worden. Dit is om risico's van bijvoorbeeld brand in een warehouse te beperken, er gaat dan niet een enorme voorraad verloren. Nadeel hiervan is dat het zicht en controle op de vaten minder wordt. Om nu te voorkomen dat er toch vaten door onafhankelijke bottelaars op de markt gebracht worden, wordt er een theelepel van een andere distilleerderij in een vat gedaan zodat dit niet als single malt op de markt gebracht kan worden. Dit noemt men "Teaspoonen".

Bekende vatted malts zijn de "premium" versies van een gewone blend, denk hiervoor bijvoorbeeld aan Johnnie Walker Green Label of Famous Grouse 15yrs. Deze liften als het ware mee op de bekendheid van de gewone blends maar bieden dan iets extra's qua smaak en algemene beleving.

JW Green Label: een van de bekendste vatted malts.

Toch schijnt het niet zo eenvoudig te zijn als het lijkt. Probeer maar eens een paar malts te mengen; het resultaat valt vaak tegen. Het schijnt dat graan whiskies in een blend de zaak beter binden waardoor de smaak verbeterd. Op de site vatted.net zie je een mooie lijst met omschrijvingen van de samenstelling van diverse vatted malts die die blogger zelf zijn samengesteld en de verhoudingen die gebruikt zijn.

Zelf heb ik, bij wijze van experiment (en met wisselend succes...), een paar vatted malts samengesteld:
- 1/2 Macallan 10yrs + 1/2 Laphroaigh CS 10yrs
- 1/2 Bladnoch 6yrs + 1/2 Glendronach 15yrs;   (slechte combinatie)
- 1/3 Talisker 10yrs + 2/3 Caol Ila 12yrs;   (goed)
- 2/3 Talisker 10yrs + 1/3 Caol Ila 12yrs;   (goed)
- 1/3 Talisker 10yrs + 2/3 Glenfiddich 12yrs.


zondag 26 januari 2014

Proeverij KCWS 24-01-2014: Blond versus Brown

Nee, het heeft niets te maken met haarkleur maar wel alles met vatrijping. Whisky van de zelfde distilleerderij gerijpt op een ex-bourbon vat versus gerijpt op een ex-sherry vat. Geen finishes maar gewoon weggelegd op een vat en daarna jaren met rust gelaten. Deze keer dus maar 3 distilleerderijen maar natuurlijk wel 6 whisky’s.



De eerste whisky’s komen van het niet erg bekende Glenglassaugh. Die onbekendheid is niet zo vreemd, Glenglassaugh is een van die distilleerderijen die in 1983-1986 tijdens de laatste grote periode van overproductie werd gesloten. Pas in 2007 ging Glenglassaugh weer open en 16 december 2008 ging de eerste spirit op vat. De whisky, Glenglassaugh Evolution en Revival, die we gaan proeven is dus nog een jonge whisky.



De eerste is dus een "blonde", de Glenglassaugh Evolution, 50%. Een jonge whisky, ongeveer een jaar of 5 oud, al staat het niet op de fles.
Neus: vanille, citrus. Fris.
Smaak: scherp, veel citrus. Merkbaar een jonge whisky, duidelijk onvolwassen en erg 'spirit-driven'. Prima om een avond mee te beginnen maar geen hoogvlieger. Zou 'm zelf ergens laag in de 70 punten geven.

De "brown" die er op volgt is de Glenglassaugh Revival, 46%.
Neus: waterig, merkbaar lager in alcohol (46%) dan de vorige (50%). Noten en rozijnen, beetje (sigaretten)rook.
Smaak: Steviger als verwacht afgaande op de neus. Toch nog steeds erg 'spirit-driven', meer jaren in het vat zou een stuk beter zijn. Punten: rond de 75.

Tussendoor volgen een paar hapjes. Deze keer een schijfje bloedworst met een stukje appel met kaneel. Beetje warm en erg lekker. Ze zijn dan ook snel op.



Linkwood is één van die whisky’s die door eigenaar Diageo bijna alleen voor blends gebruikt word. Voor een vergelijking tussen een blond en een brown fles is het dan ook leuk om te zien wat onafhankelijke bottelaars met deze whisky doen. Bijna hetzelfde alcohol percentage en bijna dezelfde leeftijd maken een vergelijking nog leuker.

De "blonde" is een botteling van Signatory, 13yrs, 46%. Een onafhankelijke botteling uit 3 bourbonvaten.
Neus: lekker volle neus, citrus en vanille, beetje muf, appels, grassig en behanglijm. Toch wel lekker.
Smaak: beetje waterig en zwak, afgaande op de volle neus valt dit een beetje tegen. Niet heel erg bijzonder.
Punten: tussen 75 en 80.



De "brown" is ook van een onafhankelijke bottelaar, Gordon & MacPhail, 15yrs. 43%.
Neus: matig, typische sherrytonen zijn wel aanwezig.
Smaak: erg zoet, ook weer een beetje gebrek aan alcohol waardoor deze weer waterig overkomt.
Punten: rond de 80.



De volgende ronde hapjes zijn eetbare bakjes met een garnalensalade. Erg lekker weer.



Aberlour staat bekend om zijn ex-sherry vat gerijpte whisky. De meest expressieve Aberlour is de Aberlour A’bunadh uitsluitend gerijpt op ex Oloroso-sherry vaten. Daar tegenover komt een single cask botteling, tijdens een bezoek aan de distilleerderij getapt uit een ex-bourbon vat.



De "blonde" van Aberlour is de Warehouse no. 1 botteling, bourbon cask. Zelf heb ik in 2012 voor de sherry-cask gekozen maar dit is dus die andere.
Neus: volle neus, typisch bourbon-cask. Deze is cask-strength dus zeker niet waterig.
Smaak: volle en zoute smaak, erg lekker, heeft wel een beetje water nodig.
Punten: rond de 85, misschien wel boven de 90.


De "brown" is er één van een bekende serie, de A'bunadh, batch 45 deze keer.
Neus: typisch sherry, the works. Soms wat muf.
Smaak: conform het bekende A'bunadh smaakprofiel, zware sherry-tonen dus.
Punten: rond de 90.

Als laatste hapje een hartige cup-cake, van kaas en ham. Erg lekker en vergeten er een foto van te maken.



De afsluiter van de avond is een extraatje vanwege de verjaardag van Tastemaster Peter: een Caol Ila G&M. Een beetje de uitzondering want deze is peated.
Neus: peat, maar niet zo agressief. Na 17 jaar in het vat zijn de scherpe kantjes er wel van af. Deze is finished in Madeira casks wat 'm nog wel wat extra's geeft.
Smaak: relatief zacht voor een peated.
Punten: rond de 85.


Leuke avond weer, erg gezellig gekletst met diverse mensen. De Aberlour bourbon-cask was voor mij de verrassing van de avond.




maandag 13 januari 2014

Schotland versus de "rest van de wereld"

Tegenwoordig heeft bijna ieder land in Europa minstens één whisky distilleerderij (IJsland, Portugal en de voormalig Oostbloklanden zijn de uitzonderingen) en daarnaast wordt er in heel veel andere landen op de wereld whisky gemaakt. Omdat Schotland nu eenmaal maatgevend is met bijna 100 distilleerderijen wordt vrijwel overal in de wereld whisky gemaakt op de Schotse manier of volgens de Schotse regels. Dat wil zeggen:

- gebruik maken van alleen gemoute* gerst;
- destilleren in een koperen pot-still;
- minimaal 3 jaar laten rijpen in van binnen gebrande eiken houten vaten;
- het maximale alcoholpercentage na distilleren is 94,8%

Een belangrijk verschil is dat buiten Schotland turf of "peat" nauwelijks gebruikt wordt. In principe zou ieder land zijn eigen definitie kunnen opstellen over het maken van whisky maar toch wordt het meestal op de Schotse wijze gemaakt. Een aantal uitzonderingen:











Ierland:
Volgens de verhalen zouden de Ieren het maken van whiskey uitgevonden hebben waarna de Schotten het geperfectioneerd hebben. Logisch dus dat Ierse whiskey iets afwijkt van Schotse. Ierse whiskey mag alleen zo heten wanneer het geproduceerd is in de Ierse Republiek of Noord-Ierland.

Eén van de kenmerken is dat Ierse whiskey (los van het feit dat het anders geschreven wordt) gemaakt wordt van gemoute én óngemoute gerst. De oorsprong hiervan ligt in het feit dat de Engelse regering belasting ging heffen op gemoute gerst en de Ieren niet te veel wilden betalen aan de Engelse bezetters. Een ander kenmerk is dat Ierse whiskey drie maal gedestilleerd wordt, in plaats van twee maal. Mede doordat er ongemoute gerst gebruikt (en andere granen) wordt is een derde destillatieronde vaak nodig om een hoog alcoholpercentage te krijgen.

Verder wordt veel whiskey gemaakt in een Coffey- of kolomstill. In Schotland mag de Coffey- of kolomstill alleen gebruikt worden voor graanwhisky.







Verenigde Staten:
In de VS zijn specifieke regels opgesteld.  Daarnaast kennen ze in de VS een whiskeysoort die bourbon genoemd wordt. Bourbon en whiskey worden vaak met elkaar verwisseld. En bourbon mag alleen bourbon heten wanneer het geproduceerd is in de Verenigde Staten. In de VS is kleuring van bourbon of whiskey niet toegestaan, er mag alleen water toegevoegd worden.

Kenmerk van Bourbon is dat het minimaal voor 51% van mais gemaakt wordt. Deze mix van granen wordt vervolgens gekookt in water, terwijl de Schotten het in warm water laten weken. Wanneer het fermentatieproces gestart wordt met een restant reeds gefermenteerde mash, dan wordt dit proces "sour mash" genoemd. Het maximale alcoholpercentage na distilleren is 80%.

Een ander belangrijk gegeven is dat voor het rijpen van bourbon alleen nieuwe ongebruikte eiken vaten gebruikt mogen worden, in tegenstelling tot Schotland waar -vanwege de kosten- vrijwel alleen gebruikte (ex-bourbon of ex-sherry) vaten gebruikt worden. Bourbon moet minimaal 2 jaar rijpen om "straight bourbon" genoemd te mogen worden. Dankzij het klimaat in de zuidelijke Staten loopt in die 2 jaar het alcoholpercentage iets op ('sweating the water out') terwijl in Schotland juist hoofdzakelijk de alcohol verdampt en het alcoholpercentage terugloopt.

Verder is en een klein verschil in taalgebruik tussen de VS en Schotland: de gefermenteerde granen met gist wordt in Schotland "wash" genoemd, in de VS noemt men dit "beer", en de vaten worden in de VS "barrels" genoemd, tegen "cask" in Schotland.



In Tennessee (o.a. George Dickel, Jack Daniel's) laat men de whiskey bij wijze van filtering door een laag houtskool lopen, wat weer een specifieke smaak geeft. Dit wordt het Lincoln County Process genoemd. Tennessee whiskey is straight bourbon gemaakt in de staat Tennessee, alleen wil men hier niet dat hun drank als bourbon gemerkt wordt.

Grootste bijzonderheid is het enorme aantal micro-distilleries die de VS kennen. Door een wat soepeler regelgeving is het in de VS voor vrijwel iedereen mogelijk om een distilleerderij te beginnen, en doordat er geen minimum leeftijd is aan whiskey of bourbon, levert dit de investeerder of eigenaar al veel eerder iets op.
En daarbij mag er heel veel geëxperimenteerd worden:
- toevoegen van vruchtensap aan whiskey;
- andere soorten granen gebruiken (bijv. blauwe mais);
- kleinere vaten;
- roken van de gemoute gerst met verschillende houtsoorten;
- et cetera.











Japan:
In Japan wordt voor het rijpen vaten van een bepaalde Japanse eik gebruikt. Deze eiken soort (Mizunara) is dichter van structuur en wordt van binnen niet gebrand wat bij vaten van Amerikaanse eik en Europese eik wel gebeurt. Verder is een belangrijk kenmerk dat in Japanse distilleerderijen meerdere typen en vormen pot-stills door elkaar gebruikt worden, terwijl in Schotland vaak meerdere pot-stills staan met dezelfde vorm.





 *) in Schotland mag voor Malt Whisky alleen gemoute gerst gebruikt worden. Voor de grain-whisky's mag wel gebruikt gemaakt worden van andere granen.