dinsdag 9 oktober 2012

Somewhere in Scotland...


De dag na de tour bij Aberlour rijden we door naar het noorden via kleine en grotere wegen. Wanneer we het dorp Brora binnenrijden houdt het op met zachtjes regenen (...) en aangezien het ongeveer lunchtijd is duiken we de pub in. De lokale gelegenheid heet ‘the Sutherland Inn’. Soep hebben ze niet en jacked potato ook al niet, gelukkig kunnen we nog wel thee en een sandwich krijgen.
The Sutherland Inn, Brora.
Terwijl we daar op wachten kijken we eens rond in de kroeg, overal langs de wanden vitrinekasten gevuld met whiskyflessen. Een en ander eens nader bestudeerd wordt ik toch wel wat stiller: ik zie o.a. een rijtje Brora’s van meer dan 30 jaar oud, een Glengoyne van 40 jaar oud, een paar Highland Parks uit de jaren ’60, een 70 jaar oude Mortlach, Rosebanks, Port Ellens, noem maar op. Voorzichtige inschatting is dat hier voor een milletje of 15-20 in de kast staat!

Mooi rijtje Brora's.

Een 40 jaar oude Glengoyne.

Een Highland Park uit 1964.

Een 70 (!) jaar oude Mortlach.
Een 45 jaar oude Dalmore.


Na de lunch rijden we even langs de Clynelish distilleerderij en de Brora warehouses er tegenover. De actieve distilleerderij is een nieuwerwets gebouw en weinig fotogeniek, de warehouses aan de andere kant van de weg zien er in de regen maar mistroostig uit.

Brora en Clynelish warehouses.





zaterdag 6 oktober 2012

Distillery flits-bezoek: Glenturret Distillery (& Famous Grouse)

Een van de eerste distilleerderijen waar we langskomen is die van Glenturret in de Highlands. Glenturret is eigendom van de Edrington Group, de firma die onder andere bekend is van de Famous Grouse blends. Dit laatste wordt hier bij Glenturret erg uitgemolken, het is één en al "famous" wat hier de klok slaat.






Het begint al met de grote koperen grouse op de parkeerplaats. Altijd goed voor een leuk plaatje natuurlijk. We kijken alleen wat rond en gebruiken een famous lunch in de famous restaurant en nemen een kijkje in de famous shop waar allerlei famous prullaria verkocht wordt. We verlaten gillend het pand...


donderdag 4 oktober 2012

Distillery bezoek #1: Aberlour




Aberlour is één van de eerste whisky’s die ik als single malt gedronken heb en naar mijn mening zijn ze met hun a’bunadh serie echt in de eredivisie van whiskyproducenten terecht gekomen. We hebben hier een tour geboekt, de zogenaamde Warehouse no. 1 tour, inclusief een proeverij dus het is maar goed dat we onze motoren gestald hebben.


Het is niet druk voor onze tour, wij tweeën en een Oekraïens echtpaar met volwassen dochter die voor de vertaling moet zorgen zijn de enige bezoekers vandaag. Op deze dag is het bedrijf al gesloten voor de zomerstop en mogen we overal foto’s maken. Waarom er dan geen foto’s gemaakt mogen worden als het bedrijf in productie is wordt ons niet duidelijk.

De Aberlour distillery ligt in het hart van de Speyside regio, op de plaats waar de rivieren Spey en de Lour samenkomen en is officieel opgericht in 1879 door James Fleming. Het water dat gebruikt wordt komt niet van deze riviertjes maar van een bron op de dichtbijgelegen berg Ben Rinnes.
Gids Claire legt de werking van de maltmill uit.


Aangezien Aberlour niet zelf de gerst mout, beginnen we de tour bij de maltmill. Hierin wordt de gemoute gerst gemalen en daarna met water vermengd waarna het in de mash tun gaat. Het water gaat dan met de suikers naar de washbacks waarna er gist wordt toegevoegd. Deze washbacks zijn bij Aberlour van RVS en we krijgen dan ook een heel verhaal te horen wat de voordelen hiervan zijn ten opzichte van houten washbacks.

RVS washbacks bij Aberlour.


De binnenkant van de washback.
Vervolgens naar het ‘hart’ van het bedrijf: de stills. Vier stuks staan er bij Aberlour opgesteld; 2 washstills en 2 spiritstills. We krijgen uitleg over de spiritsafe en de wijze waarop het personeel opgeleid wordt. Aberlour is onderdeel van de Chivas-groep en voordat het personeel in de Aberlour distillery mag werken, moeten ze eerst een tijdje meegedraaid hebben bij Glentauchers waar blijkbaar nog op een meer traditionele manier gewerkt wordt.

Vier stills, de washstills hebben zwarte accenten,
de twee spiritstills in het midden hebben rode accenten.

Ik kan het toch niet laten om ff aan de knoppen van
de spiritsafe te zitten.
Uiteindelijk worden we dan naar het warehouse geleid waar de gevulde vaten liggen te rijpen. Op een paar tafeltjes staan glaasjes opgesteld en we krijgen new- spirit te proeven en een handvol whisky’s. Eén ervan is een standaard 10 jaar oude speciaal voor de Franse markt. Frankrijk is blijkbaar de grootste afzetmarkt voor Aberlour en als ‘beloning’ hiervoor brengt Aberlour een ‘speciale’ versie uit. Het verschil is dat deze na 10 jaar nog een half jaar in sherryvaten gefinished wordt en gebotteld op 43% in plaats van 40%.
Claire opent het warehouse.
We krijgen ook het verhaal te horen achter de a’bunadh van Aberlour: bij het verbouwen van het stillhouse heeft men een oude fles gevonden die samen met een krant uit 1898(!). De a’bunadh is, zeg maar, de replica van deze oude fles. Het kenmerk van Aberlour whisky is het gebruik van veel in sherryvaten gerijpte whisky, gemiddeld tussen 25-50% wat meer is dan gebruikelijk. De a’bunadh bestaat zelfs voor 100% uit op sherryvaten gerijpte whisky.

De proefglaasjes staan klaar.

Als slotstuk van deze tour biedt Aberlour de mogelijkheid om zelf een fles te vullen, hiervoor staan 2 vaten opgesteld, één bourboncask en een sherrycask. Ik kies voor de sherry, omdat dat het meest aansluit bij het kenmerk van deze distillery. Flesje vullen, kurk erop, zelf etiket invullen en plakken en uiteindelijk mijn naam en flesnummer in het grote boek schrijven. Mooi kistje om de fles en dan  afrekenen in de shop. Gelukkig heb ik ruimte gelaten in de motorkoffers…

Zelf je eigen fles afvullen.



Kurk erop en sealen.
Etiket invullen.
Sherry cask no. 3564, bottle no. 265.
Filled into cask: 21/11/95

Meer over vaten

Gelegen in de heuvels van de Speyside regio ligt de enige werkende kuiperij in Groot Brittannië waar op ambachtelijke wijze houten vaten worden geproduceerd. Vaten zijn een belangrijk onderdeel in het proces van whisky maken en hebben misschien wel de meeste invloed op de geur en smaak van de whisky. Whisky moet minimaal 3 jaar in een eiken houten vat rijpen maar meestal ligt het wel tien jaar tot soms wel veertig jaar en dus zijn er veel, heel veel vaten nodig.



Duizenden en duizenden vaten...









... en hoepels natuurlijk.
Wanneer we aan komen rijden zien we al enorme bergen houten vaten liggen, voor zover we het in kunnen schatten zijn ze tot wel 10 meter hoog gestapeld.
We hebben geluk want op het moment dat we binnenkomen gaat er net een rondleiding beginnen en we kunnen dan ook zo aanschuiven. 

Eerst krijgen we een filmpje te zien waarin de historie van het bedrijf getoond wordt en de werkzaamheden vandaag de dag. Zo leren we dat het bedrijf bestaat sinds 1947 en dat er nog steeds op traditionele wijze houten vaten gemaakt worden, al worden er tegenwoordig voor een aantal bewerkingen machines gebruikt. Per jaar worden hier circa 100.000 vaten gemaakt of gerepareerd.

De Cooperage is een zelfstandig bedrijf en niet verbonden aan een distilleerderij of iets dergelijks. Het hout dat voor de vaten gebruikt wordt komt uit Amerika en is White Oak. Na selectie wordt het hout gedroogd en gezaagd en daarna naar Schotland getransporteerd waar er vaten van gemaakt worden. Deze vaten gaan vervolgens weer naar Spanje om er sherry in te laten rijpen. Na een x-aantal jaren komen deze vaten weer leeg terug en worden ze, voor zover nodig, gerepareerd en doorverkocht aan de whiskyindustrie.

Daarnaast importeert de Cooperage ook gebruikte bourbonbarrels uit Amerika. Wanneer deze als geheel vat aankomt worden deze voor zover nodig gerepareerd, wanneer de vaten in losse duigen en hoepels aankomen worden ze weer in elkaar gezet of er worden zogenaamde hogheads van gemaakt. Deze zijn iets groter dan een bourbonbarrel, van 5 barrels worden 4 hogheads gemaakt.

Daarnaast slaat de Cooperage ongebruikte (lege) vaten op die eigendom zijn van diverse distilleerderijen, vandaar de enorme bergen vaten op het terrein.

Blik in de werkplaats, hier worden nieuwe vaten gemaakt.


Als je goed kijkt zie de de laser voor de omtrek.
In de werkplaats waar we even later een kijkje mogen nemen is het geklop en getimmer niet van de lucht. Een aantal werklui zijn op een rijtje bezig met het repareren van vaten. Ze staan op stukloon en dus gaat het in een enorm tempo. Een goede kuiper kan op deze manier wel tot tweemaal modaal verdienen, maar zelden doen ze dit werk nog op hun 50ste, dan zijn ze versleten.

Het repareren van de vaten blijft handwerk.

Beschadigde of gebroken duigen worden vervangen, hoepels worden strakker gezet en uiteindelijk worden de vaten met water en perslucht getest op waterdichtheid. En alles is handwerk! Al worden de hoepels nog wel machinaal aangetrokken.
In de werkplaats waar de nieuwe vaten gemaakt worden heerst een aanmerkelijk rustiger sfeer. Computergestuurde machines doen het schaaf- en freeswerk, het in elkaar zetten van de vaten gaat nog geheel met de hand.
Testen van de vaten op waterdichtheid.
Wanneer goedgekeurd wordt het vat gemarkeerd
en krijgt de kuiper zijn geld.