vrijdag 16 november 2012

Distillery bezoek #7: Lagavulin


Een klein stukje in de richting van Port Ellen, komend vanaf Ardbeg, ligt de distillery van Lagavulin.

Aankomst bij Lagavulin.



Het water is bruin van de turf (peat).
Eigenaardige vorm van de stills.



Op de één of andere manier heb ik niks met dit merk en kijken we alleen wat rond op het terrein. Het regent weer eens en we houden de helmen maar even op. Opvallend is wel de typische ‘peer vorm’ van de stills.

Distillery flits-bezoek: Bowmore Distillery

Omdat we toch op Islay waren hebben we een bezoekje gebracht aan het dorp Bowmore en de distilleerderij met dezelfde naam.




In tegenstelling met de meeste andere distilleries op Islay is alles bij Bowmore glanzend en glimmend en vooral commercieel ingesteld. Niet helemaal ons kopje thee en aangezien we hier al meer distilleries bezocht hebben laten we het bij een flits-bezoek en kijken wat rond in de shop.


maandag 12 november 2012

Distillery bezoek #6: Ardbeg


De Ardbeg distillery ligt aan de zuidkust van Islay is het gebied dat Kildalton heet. Kenmerk van deze distilleerderijen is het hoge turf of peat gehalte van de whisky die ze produceren.
Officieel opgericht in 1815 door de MacDougall familie en in 1886 werkte al een derde van de dorpsbewoners bij de destilleerderij.

In de oude kiln is tegenwoordig het visitorcenter en de shop gevestigd.

In 1983 werd de destilleerderij tijdelijk gesloten vanwege de afnemende vraag naar whisky in die tijd. In 1989 werd de productie hervat maar de eigen mouterij bleef gesloten. De mout werd ingekocht bij de Port Ellen Maltings.
De stills van Ardbeg.

De spiritsafe.
Sherry-butts staan klaar om gevuld te worden.

In 1997 werd de destilleerderij verkocht en begon een grote restauratie die meer dan 10 miljoen Pond zou kosten. Dankzij een goede marketing  kon Ardbeg in het begin van het millennium een goede comeback maken. Vanwege de erg sterke turfsmaak kent Ardbeg een grote schare liefhebbers en de verkrijgbaarheid van oude bottelingen verhoogt de cultstatus alleen maar.

Een van de warehouses, pál aan het water.

Een uitgebreide tour doen we hier niet, we kijken een beetje rond en verbazen ons erover dat we zomaar overal naar binnen kunnen.

maandag 5 november 2012

Distillery bezoek #5: Kilchoman


Kilchoman is een zogenaamde farmdistillery zoals vroeger veel destilleerderijen in Schotland waren. Het destilleren was iets wat de boeren er maar bij deden. Aan de linkerzijde van het pad staan stallen en aan de rechterkant wordt gedestilleerd. Aangezien de distillery in 2006 gebouwd is zijn er geen oude gebouwen te zien, alles is prefab nieuwbouw. De kiln is bekleed met staalplaten en ook het warehouse is een industriële staalconstructie. Al met al maakt het een informele indruk. Het enige wat hiervan afwijkt is de shop, zeker in verhouding met de rest is deze relatief groot, inclusief restaurant etc. en doet een beetje afbreuk aan het informele karakter.
Prefab bebouwing bij Kilchoman


Eén washstill, rode accenten.

Eén spiritstill, blauwe accenten.

Aan de ene kant de distillery, aan de andere kant van de
weg een boerderij...

Ook het warehouse is prefab. Cask no. 1 ligt er maar zielig bij.
Nu we het een keer gezien hebben krijg je toch een ander gevoel wanneer je met een fles Kilchoman in je handen staat.

maandag 29 oktober 2012

Distillery bezoek #4: Bruichladdich


We rijden eerst naar Bruichladdich, mijn favoriet. We kunnen parkeren op het binnenterrein en melden ons aan voor een tour. Die begint over een half uur en dus maken we eerst buiten wat foto’s. 

Creatief met schoorstenen.

En nog meer creativiteit bij Bruichladdich.
Volgens een local die we spreken is de still die hier buiten staat met de voetjes eruit de meest gefotografeerde still op Islay. We gaan er niet over in discussie, ook al niet omdat het accent van de man nauwelijks te verstaan is…


Als de tour begint zijn we maar met ons tweeën… Bruichladdich is op de dag dat wij er zijn gewoon in productie maar we mogen gewoon overal foto’s van maken, en dat doen we dan ook uitgebreid. We krijgen weer van alles tie zien, de oude maltmill, de mashtuns, de washbacks, de stills, et cetera. De mashtun bij Bruichladdich is een open type (zonder deksel) en in plaats van 3 keer water toevoegen doet men dat hier 4 keer, dit omdat er door het open type meer water verdampt. 

Bruichladdich computer...
Antieke maltmill.

De wort wordt gemengd.

Heet water wordt toegevoegd.

Houten washbacks bij Bruichladdich.
Ook krijgen we de wash te proeven, een soort lauw zurig bier. Het is nog duidelijk een halffabrikaat want erg lekker is het niet.
Even een glaasje opvissen.

... een soort lauw zurig bier...
Naast de gewone potstills staat ook een zogenaamde columnstill, deze wordt door Bruichladdich gebruikt om er gin in te maken, hierbij worden planten afkomstig van het eiland mee gedistilleerd, vandaar de naam ‘The Botanist’. Vanwege de niet erg sierlijke vorm van deze still wordt deze ‘Ugly Betty’ genoemd.

Spiritstill no.1 uit 1971. Inhoud 12.274 liter.

Ugly Betty, voor de gin.
Laddie-crew aan het werk.

Daarna gaan we de warehouses in, iets moderner dan bij bijvoorbeeld Aberlour liggen de vaten hier niet, maar staan ze rechtop in stalen rekken. Her en der staan er ook een paar vaten van Kilchoman tussen, vaten van andere merken zien we niet liggen.


Jammer genoeg hebben we niet de mogelijkheid om zelf een fles te vullen op deze dag. Het vorige vat was leeg en een nieuw vat is nog niet uitgezocht. Nou ja, volgende keer beter.